De therapie helpt kinderen en hun ouders zodanig dat ze weer samen, zonder hulp, verder kunnen. Wat de therapeut doet, is afhankelijk van de leeftijd, het probleem en het kind zelf. Ieder kind is anders en zoekt zijn eigen manier om de hulpvraag aan te pakken.
De basis van therapie wordt gevormd door het contact tussen de therapeut en het kind. Het is belangrijk dat het kind zich voldoende veilig voelt in dit contact. De therapeut zal dan ook aansluiten bij de behoeftes en interesses van het kind.
Bij jonge kinderen is speltherapie vaak de meest geschikte vorm van therapie. Het spelen wordt gebruikt als middel om het kind te helpen bij het uiten en verwerken van emotionele problemen. Het kind kan in spel laten zien wat het bezighoudt, ervaringen uitspelen en experimenteren met allerlei vormen van gedrag. Spel is de taal van het kind en de therapeut wil deze speeltaal leren begrijpen.
De therapeut volgt het kind in zijn spel en brengt onder woorden wat er gebeurt, biedt ondersteuning en/of speelt mee. Ook wordt het kind gestimuleerd om te oefenen met ander gedrag en oplossingen te bedenken in lastige situaties.
Zo krijgt het kind de mogelijkheid om nieuwe ervaringen op te doen.
Dit proces kan bij wat oudere kinderen ook plaatsvinden door creatief bezig te zijn, bijvoorbeeld door over het probleem te tekenen en te schilderen.
Met jongeren wordt vooral oplossingsgericht gewerkt. Hierbij ligt de focus niet op het probleem zelf, maar wordt er gewerkt aan de stappen die het kind bedenkt om bij zijn zelfgekozen oplossing te komen.
Met de ouder(s) vinden gesprekken plaats over het kind, waardoor er vaak nieuwe inzichten ontstaan die helpend kunnen zijn in de relatie met het kind. Wat het kind tijdens de therapie precies doet en zegt is privé. Het kind kan ervoor kiezen om dat al of niet met u delen. Mochten er echter ernstige en zorgwekkende feiten aan het licht komen, dan overlegt de therapeut met het kind of de jongere hoe dit met u besproken zal worden.